geschiedenis

De Bocholter gemeenteraad gaf op 21 september 1865 de opdracht aan de provinciaal architect Herman Jaminé (1826-1885) om een plan te ontwerpen voor de bouw van een nieuwe gemeentelijke jongenschool. Jaminé was een gereputeerd architect die in deze periode vele openbare gebouwen ontwierp. In Diepenbeek werd een school gebouwd die bijna identiek was aan die van Bocholt. Deze school is intussen jammer genoeg verdwenen.
De school kreeg de vorm van een Grieks kruis met een centrale speelkoer en twee gelijke armen. Het gebouw werd voltooid in 1869. Het is opgetrokken in eclectische baksteenstijl.
Het gebouw werd in 1917 (architect Karel Gessler uit Maaseik) en in 1932 (architect J. Dreesen) uitgebreid.
Van 1950 tot 1966 deed het dienst als gemeentehuis.
Vanaf 1984 werd het monumentale gebouw omgevormd tot hoofdbibliotheek (architect Paul Martens).
vorm
De eclectische baksteenstijl gaat gepaard met streng gelede gevelordonnantie, in vlakken verdeeld door lisenen in donkerrode baksteen, met elkaar verbonden door architraven met dropmotieven. De dieper gelegen vlakken zijn uitgevoerd in lichter getinte baksteen. De ramen hebben een mergelstenen omlijsting.
De achthoekige overdekte speelplaats ("priool" = verbastering van het Franse pris d' eau) is het centrale element waarop de twee gebouw assen (de vroegere klaslokalen), het huis van de schoolwoning en het vroegere lokaal van het schoolhoofd op aansluiten. De priool heeft een achthoekig zacht hellend dak (constructie van ir. Pâris-Isaac uit Marchienne-au Pont) met houten beplanking. De dakconstructie is bevestigd en verstevigd met ijzeren trekkers.
Bij de verbouwing tot bibliotheek (1984) bleef het uiterlijk van het gebouw in originele staat bewaard. Binnen verdwenen bijna alle muren tussen de klaslokalen, de gangen, de woning en de priool. Zo werd ruimte gecreëerd. Rond de koepel van de priool kwam een gaanderij voor tentoonstellingen. De plafonds van de klaslokalen werden verlaagd om ook de zolderverdiepingen nuttig te kunnen gebruiken.